Communiceren begint al vanaf de geboorte. Baby’s luisteren, kijken, brabbelen en maken geluidjes. Langzaam beginnen zij betekenis te geven aan dat wat zij horen en gaat het brabbelen steeds meer op praten lijken. Bij het leren van de taal komen vaak obstakels kijken. De een heeft moeite met het uitspreken van een bepaalde klank, waar het andere kind het lastig vindt om hele zinnen te maken.
Op jonge leeftijd is het heel normaal dat kinderen obstakels tegenkomen in hun taal- en spraakontwikkeling. Meestal zullen kinderen zichzelf na bepaalde tijd verbeteren. Echter kunnen deze obstakels bij sommige kinderen uitmonden in spraak- en taalproblemen. In dat geval wordt een spraak- of taalprobleem een blijvend obstakel. Wanneer een kind duidelijk achterblijft in de ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenootjes, spreken wij van spraak- en/of taalproblemen.
Voorbeelden van problemen met spraak en taal bij kinderen zijn: